plaatje
 

 

Dorst , natrium, zweten en osmolaliteit

Natrium en dorst, drinken en vasthouden van vocht

Als je alleen water zou drinken tijdens het sporten, dan heeft dat tot gevolg dat de urineproductie wordt gestimuleerd. De toevoeging van natrium aan een sportdrank heeft dan ook twee heel belangrijke functies. Enerzijds verbetert het de waterabsorptie. Het natrium bindt zich namelijk aan de Glucose en trekt eigenlijk het water mee als het opgenomen wordt door het lichaam. Daarnaast heeft natrium (door de zoute smaak) een dorstopwekkend gevoel. Het zet dus aan tot drinken. Omdat natrium ook het vocht vasthoudt (mee zuigt bij de opname in het lichaam) wordt het water dat gedronken wordt opgeslagen in lichaam voor gebruik en gaat het niet verloren via urineproductie. Als ezelsbruggetje is de hoeveelheid natrium die gebruikt moet worden, de hoeveelheid die verloren gaat door het zweten. Zweet bij inspanningen bevat gemiddeld tussen de 400 en 1100 mg natrium per liter. Teveel natrium is af te raden, want dit geeft problemen bij de maaglediging, daarom is het aan te raden als maximale bovengrens aan te houden 1100 mg/l.

Zweten en het verlies van elektrolyten zoals natrium, kalium, chloor en magnesium

Naast Natrium zijn de meeste andere bekende elktrolyten Kalium, Magnesium en Chloor. Ook die verlies je automatisch door het zweten. De hoeveelheid die verloren wordt met zweten is niet bijzonder hoog, maar dit verlies is makkelijk te compenseren met een sportdrank. Wel is het van belang om niet meer op te nemen dan er wordt uitgescheiden omdat anders de osmolaliteit omhoog gaat. Je kunt beter een lagere osmolaliteit hebben dan een hogere. Je kunt kiezen voor een sportdrank zonder deze stoffen maar er zijn ook sportdranken waar juist een hogere hoeveelheid gebruikt wordt (bijv. van Kalium heb je maar ca 121-225 mg/ liter nodig en er zijn dranken met het vijf voudige). Minder verdient de voorkeur boven teveel.

Natuurlijk weet niet iedereen direct hoeveel hij zweet, maar dit is toch vrij makkelijk en redelijk nauwkeurig te meten aan de hand van het gewichtsverlies vůůr en nŠ het sporten. Controleer daarnaast ook de kleur van de urine na de sportinspanning. Is die te donker en heeft die een sterke geur, dan wijst dit op een onaangepaste vochtinname. Een heldere urine met een neutrale geur, wijst op een goede vochtbalans.

Osmolaliteit hoeveelheid deeltjes in de sportdrank

Een ander belangrijk aspect is de osmolaliteit, het aantal deeltjes in een drank. Als de osmolaliteit hoog is dan zijn er veel deeltjes. Een drank met een hoge osmolaliteit heet hypertoon. Het nadeel van een hypertone drank is dat het langer in de maag blijft, dus dat er minder vochtaanvoer zal zijn. Als de drank net zoveel deeltjes heeft als ons bloed (290 mOsm/l) dan heet het isotoon, en indien minder hypotoon. Als het koolhydratengehalte hoger wordt, dan neemt normaal ook de osmolaliteit toe. Daarom beÔnvloeden dranken met een osmolaliteit hoger dan 390 mOms/l ernstig de maaglediging, hetgeen tocht uitdroging kan leiden bij warme weersomstandigheden. Neem daarom als uitgangspunt dranken met een osmolaliteit die varieert van 240-390 mOsm/l.

Hoge osmolaliteit kan maagdarmproblemen geven. Daarom moet je hypertone dranken vermijden. Vruchtensappen zijn dan ook geen geschikt alternatief voor een sportdrank, omdat de Osmolaliteit van vruchtensappen veel te hoog ligt, namelijk tussen de 500 en 1000 mOsm/L. De Osmolaliteit staat vaak wel vermeld op een verpakking. Hou er echter wel rekening mee dat deze omhoog gaat als de verpakking ouder is ! (Koolhydraten vallen dan namelijk uiteen in meerder kleine deeltjes.) Isotone dranken zijn eigenlijk daarom het meest geschikt voor een goede doorvoer zonder de maaglediging te beÔnvloeden.


2012 © INTERNETADRES SPORTDRANK.NL DISCLAIMER | CONTACT